CHRYSOSTOMUS: Want dat wij bevrijd worden van de walgelijkheid van de zonden, dat is een daad van Christus' macht.
Publicaties
Dagboek van de Vroege Kerk
De inhoud van dit dagboek bestaat uit 12 preken over de Psalmen, die van verschillende Vroeg-Christelijke auteurs afkomstig zijn. In het dagboek zijn twee selecties gemaakt: Psalm 1 t/m 8 en Psalm 22 en 25 t/m 27.
Dit dagboek biedt een unieke mogelijkheid om kennis te maken met de Vroege Kerk. Per dag is ieder deel van de preek voor die dag van een toelichting voorzien. Ook is voor iedere dag een bijpassend Bijbelgedeelte gezocht en is iedere dag van een bijpassend kopje voorzien. De preken kunnen echter ook als één geheel gelezen worden. De toelichting per dag is in een andere kleur vormgegeven. Dit maakt direct duidelijk wat de oorspronkelijke tekst en wat de toelichting op die oorspronkelijke tekst is.
De preken zijn duidelijke voorbeelden van de Alexandrijnse en Antiocheense traditie. Voor het Griekse gedeelte wordt de exegese ontleend aan twee preken over de Psalmen door Johannes Chrysostomus (Psalm 4 en 5) en aan twee preken over de Psalmen door Eusebius van Caesarea (Psalm 2 en 25). Dit zijn preken uit de Antiocheense traditie. Voor het Latijnse gedeelte, de Alexandrijnse traditie, zijn de preken afkomstig van Ambrosius van Milaan (Psalm 1) en Augustinus (Psalm 3,6 t/m 8, 26,27)
Beide tradities worden in één dagboek samengebracht, niet alleen om de overeenkomsten maar ook om de verschillen te illustreren. De preken geven een zeer duidelijk beeld van de Vroeg-Christelijke exegese en laten vele aspecten van het Vroege Christendom prachtig naar voren komen. Dit gebeurt niet op de laatste plaats door het veelvuldige en transparante commentaar op de te lezen tekst. Verschenen: Najaar 2010. Lees ook verder enkele bladzijden uit het Dagboek op deze site, door op de home-page op de afbeelding te klikken!
Ambrosius De Ioseph
Proefschrift 520 pagina's. ISBN 9789023923282. Zie www.uitgeverijboekencentrum.nl.
Het leek er aanvankelijk maar weinig op dat de veelbelovende jurist Ambrosius (337-397) ooit nog eens bisschop in Milaan zou worden. Opgegroeid in het noordelijke Trier, in de top van de daar woonachtige Romeinse bovenlaag, werd hij uitstekend geschoold in de toen veel getrainde retorica.
Na de plotselinge dood van zijn vader verhuisde de familie naar Rome, waar Ambrosius zijn opleiding voltooide. Hij werd vervolgens (368) advocaat in het oostelijk deel van het Imperium Romanum. In de plaats Sirmium, waar hij werkzaam was aan het gerechtshof van de praefectus praetorio, was in de nadagen van het Romeinse Rijk ook de keizerlijke familie regelmatig te vinden.
Reeds in 370 volgde zijn benoeming tot consularis Liguriae et Aemiliae , met als standplaats Milaan. Ambrosius had door deze benoeming de juridische eindverantwoordelijkheid voor het hele noordelijke deel van Italië. Tijdens het oplossen van een kerkelijk conflict leidde het massaal uitgeroepen 'Ambrosius, episcopus, Ambrosius, episcopus' uiteindelijk tot zijn bisschopsbenoeming.
Dit gebeurde niet direct, want Ambrosius had zich niet op deze functie voorbereid en moest nog worden gedoopt. Naar men aanneemt vond zijn doop op 7 december 374 plaats en werd hij een week later tot bisschop gewijd. Tot zijn dood (397) is Ambrosius daarna in Milaan bisschop gebleven en heeft hij veel contact gehad met de vijf keizers die in deze periode aan de macht waren.

